Plaats-kinderen-in-hartjeMinderjarigen hebben vandaag de dag steeds meer rechten, zij zijn van rechtsobject naar rechtssubject gegaan, onder andere door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en bepalingen uit het Nederlands recht. Betekent dit dat kinderen een volwaardige rechtspositie hebben in ons land en zou dit ook moeten gezien hun kwetsbare positie? Een zorgvuldige afweging zal hieromtrent steeds moeten plaatsvinden, waarbij beide kanten van de medaille moeten
worden belicht.

Nederlands recht
Op grond van art. 809 Rv, in lijn met artikel 12 IVRK, moet de rechter een minderjarige vanaf de leeftijd van twaalf jaar in beginsel horen in die zaken die de belangen van het kind treffen. Om een minderjarige in de gelegenheid te stellen om gehoord te worden, wordt aan het kind een brief verzonden om voor de rechter te verschijnen. Spannend voor een kind, want vaak is dit de eerste keer dat hij of zij post ontvangt en dan meteen vanuit de rechtbank.

Het kind mag vervolgens kiezen of het al dan niet met de rechter in gesprek gaat of dat het bijvoorbeeld in een brief zijn gedachtes en wensen op een rij zet.
Tijdens het gesprek met de rechter kan het kind in het kort (veelal duurt het gesprek 10 minuten) informeel zijn mening geven zonder dat de ouders of een andere vertrouwenspersoon daarbij aanwezig zijn. Opnieuw spannend voor het kind; verschijnen voor die meneer of mevrouw in toga op een toch enigszins intimiderende plek, die in de ogen van minderjarigen vaak staat voor de plek waar misdadigers komen, en over een kwetsbaar onderwerp, zoals in geval van een scheiding. Doe dit maar even in 10 minuten tijd. De vraag komt hierbij op of dit de meest kindvriendelijke manier is of dat dit anders zou kunnen.
Indien de zaak spoedeisend is en het horen van het kind niet kan worden afgewacht of de belangen van het kind dusdanig ondergeschikt zijn, kan worden afgezien van het horen van het kind. Dit is aan de beoordeling van de rechter.

Het betreft het horen van en spreken met minderjarigen van 12 jaar of ouder of soms jonger indien de rijpheid van het kind dit toelaat.
Uit onderzoek blijkt dat de meeste rechtbanken de grens van twaalf jaar als redelijk beschouwen en niet vaak van die grens afwijken.
Voorheen bestonden tussen rechtbanken ook verschillen wat betreft de wijze van toepassing van het gesprek met kinderen. Dit leidde tot de vraag of deze verschillen wel wenselijk waren of dat rechters een uniforme werkwijze zouden moeten hanteren. Dit heeft geleid tot een procesreglement binnen het civiele jeugdrecht. Dit reglement is landelijk van kracht; gerechten kunnen echter zelf aanvullende of afwijkende regelingen hebben en daarnaast is de wijze waarop de stem van het kind gehoord wordt afhankelijk van de rechter in kwestie. Sommige rechters zijn vrij soepel in de omgang met kinderen terwijl dit voor anderen minder tot hun expertise behoort. Opnieuw de vraag of dit de meest geschikte manier is om te luisteren naar de stem van kinderen.

Onderzoek heeft verder laten zien dat minderjarigen niet goed op de hoogte zijn van de hun toegekende rechten en ze daardoor minder snel benutten. Ondanks de bewegingen die gaande zijn, is er bijvoorbeeld nog steeds te weinig bekendheid met de bijzondere curator in Jeugdzaken. Wekelijks komen er zaken bij mij binnen waarbij ik ouders en soms hun advocaten wijs op de waarde van een bijzondere curator in hun zaak. Een zaak waar dan al dusdanig sprake is van juridisering, de zaak zich in een vergevorderd stadium bevindt, de stem van het kind verloren lijkt te gaan en er sprake is van een belangenstrijd tussen de belangen van het kind en diens gezaghebbende ouders, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van het klemcriterium.

Rechtsingangen

Minderjarigen zijn in beginsel beperkt handelingsbekwaam en hebben geen zelfstandige rechtsingang. Dit is om hen aan de ene kant rechten toe te kennen en aan de andere kant te beschermen voor de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden.
Ons rechtssysteem zou ons systeem natuurlijk niet zijn als er geen sprake is van enkele uitzonderingen op de regel. Denk hierbij aan de formele rechtsingang, waarbij een minderjarige vanaf 12 jaar of ouder bijvoorbeeld een eigen rechtsingang toekomt in zaken waarin sprake is van een OTS of UHP.
En de informele rechtsingang; in zaken betreffende het eenhoofdig gezag, omgang en informatie of de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken heeft een minderjarige van twaalf jaar of ouder een informele ingang tot de rechter. Een kind van jonger dan twaalf jaar kan in sommige gevallen een beroep doen op de informele rechtsingang, wanneer de rechter vaststelt dat het kind in staat is zijn belangen redelijk te waarderen.

De minderjarige kan de rechter bijvoorbeeld een brief schrijven of een telefoongesprek voeren met de rechter. De minderjarige kan zo zijn wensen kenbaar maken, zonder daartoe vertegenwoordigd te worden door een wettelijke vertegenwoordiger of bijvoorbeeld de bijzonder curator in Jeugdzaken.
Het is vervolgens aan de rechter om de afgegeven informatie van de minderjarige al dan niet mee te nemen en hierin een afweging te maken. De rechter komt een grote mate van beoordelingsvrijheid toe. De minderjarige ontleent vervolgens aan een uitspraak geen eigen recht, dit kan meer als een afgeleid recht worden gezien.
Ook hier komt de vraag op of dit de meest geschikte manier is om de stem van het kind over te brengen richting het juridisch speelveld. Kan een minderjarige overzien wat de gevolgen zijn van hetgeen hij uiteen zet in bijvoorbeeld een brief aan de rechter en wordt hem dit op kindvriendelijke manier uitgelegd?

Vereisten IVRK en EVRM

Het IVRK verplicht de verdragsluitende staten tot het versterken van de rechtspositie van minderjarigen in zaken die hem betreffen. Het EVRM kent ieder mens het recht toe tot toegang tot de rechter. Maar hier staat tegenover dat kinderen bescherming verdienen voor de positie waarin zij zich bevinden, zoveel mogelijk kind moeten kunnen zijn en zoveel mogelijk uit het juridisch proces moeten worden gehouden.
Visie minderjarigen
Het merendeel van de minderjarigen geeft aan graag hun stem te willen laten doorklinken in zaken die hen aangaan, dit geven ook de jongeren van Villa Pinedo steeds aan. Maar jongeren koppelen ook terug niet te willen worden betrokken in die zaken die op volwassen niveau spelen. Zij willen op kindvriendelijke wijze hun verhaal kunnen doen en het liefst via een eigen belangenbehartiger die er voor hen is. Dat is ook een van de voornaamste redenen waarom het profiel van de Kindbehartiger in het leven is geroepen, zodat in een vroegtijdig stadium op een laagdrempelige manier geluisterd kan worden naar de stem van ieder kind, ongeacht de leeftijd van het kind, die materie die kinderen aangaat op kindvriendelijke wijze richting hen kan worden terugvertaald en hun stem via een eigen belangenbehartiger kan worden vertolkt naar betrokkenen en waar nodig het juridisch speelveld. In een verder gevorderd stadium speelt de figuur van de bijzondere curator in Jeugdzaken hierbij een waardevolle rol.

Raad van Europa

De Raad van Europa heeft tenslotte uiteen gezet dat minderjarigen wantrouwen koesteren tegen het rechtssysteem. Uit onderzoek naar de ervaringen van Europese kinderen met hun rechten, kwam naar voren dat zij vele tekortkomingen ervaren, zoals de intimiderende omgeving van de rechtspraak, een tekort aan informatie en uitleg in een voor hen begrijpelijke taal. De Raad heeft vervolgens richtlijnen aangenomen om een meer kindvriendelijke rechtspraak te bevorderen. Daartoe dient de rechtspraak toegankelijk, begrijpelijk en betrouwbaar te zijn. Er moet geluisterd worden naar kinderen, hun standpunten moeten serieus worden genomen en er moet zeker gesteld worden dat degenen die zich niet kunnen uiten, beschermd worden. Dit alles vanuit een benadering waarbij kinderen met respect, zorg, eerlijkheid en waardigheid behandeld worden.

Wanneer bovenstaande bekeken worden; kinderparticipatie versus de bescherming van kinderen, hebben wij dan niet inmiddels waardevolle middelen voor handen die naast de noodzakelijke bescherming ook de participatierechten voor minderjarigen kunnen versterken in scheidingszaken, op een kindvriendelijke manier? Via de Kindbehartiger in een vroegtijdig stadium van het scheidingsproces en via de bijzondere curator in Jeugdzaken in een stadium verder en in het geval van lopende procedures waarbij er sprake is van een belangenstrijd tussen de belangen van het kind en diens gezaghebbende ouders?
Transitie vraagt uiteraard om tijd, maar ook om actief meebewegen. Wat mij betreft is het de hoogste tijd om oud denken om te gaan zetten en mee te gaan met de nieuwe beweging die gaande is. Oud en nieuw met elkaar samenbrengen om tot synergie te komen.
Dit zijn wij mijns inziens verschuldigd aan al die kinderen die hulp vaak aan hen voorbij zien gaan, te laat steun krijgen met alle gevolgen van dien voor hun verdere ontwikkeling en die hun waardevolle stem nog te vaak verloren zien gaan.

marieke lipsDoor: Marieke Lips
Met dank aan de waardevolle scriptie van Anne van Geen