20160520_115318Het leek een goed plan en is een goed plan. Een poos geleden heb ik aan ex gevraagd een boek te schrijven over het proces van scheiden en de te nemen stappen om deze te verwerken. Hij reageerde meteen enthousiast en een aantal maanden later rolde het manuscript mijn mailbox in.
Ik lees het manuscript en ben verrast door zijn interpretatie van het hele gebeuren. Maar goed als uitgever moet je verder kunnen kijken en gelukkig kan ik dat. Het proces van redactie en redigeren en waar nodig aanpassen, van de tekst wel te verstaan, kan beginnen. Als de redactie van het boek klaar is blijft het om onbekende redenen een aantal maanden, acht om precies te zijn, stiletjes in de computer liggen.
In een gesprek met ex besluiten wij dat het tijd is om het boek uiteindelijk af te ronden. De studio gaat aan de slag met de opmaak en er word een cover ontworpen. In deze fase van de productie ben ik dagelijks in de weer met het boek, wat betekent veel lezen en herlezen om te controleren op afbreekfouten en checken of de illustraties op de juiste plek geplaatst zijn.
Dit betekent regelmatig slikken, omdat zijn interpretatie van het verhaal zo verschilt van hetgeen ik denk en geloof meegemaakt te hebben. Ik ben uitgever en moet dit professioneel aanpakken van mezelf. Het boek is de moeite waard, mijn verhaal doet er even niet toe.

Van de week rolde het boek van de persen, hij wil het zo snel mogelijk (logisch) in handen hebben. Ik bedenk een leuk plan om hem het boek te overhandigen. Ik zorg ervoor dat ik als eerste op de afgesproken locatie ben, zodat IK bepaal waar we gaan zitten. Hij komt binnenlopen met in zijn kielzog zijn nieuwe levenspartner. Ik slik, dáár had ik niet op gerekend.

Wij begroeten elkaar hij kijkt rond en vraagt waar het boek is? Ik antwoord in de auto. “In de auto?”,  is haar reactie. Ik slik en moet mij vermannen en moet accepteren dat zij zijn nieuwe partner is en dat zij hier aan tafel zit. Haar negeren is onmogelijk. In een flits overweeg ik het hele idee van tafel te vegen. ‘Adem in adem uit en ontspan’,  zeg ik tegen mijzelf. Het lukt langzaam maar zeker, ontspan ik en zet een grote verhuisdoos die naast me op de grond stond op tafel. “Een verhuisdoos?”,  hoor ik haar zeggen “wat moet je daarmee?”.

‘Adem in adem uit’, herhaal ik in gedachten weer tijdens de stilte die een aantal seconden aanhoudt. Dan staat hij op en begint de doos open te maken. “Ooh!”, hoor ik haar zeggen “zit het boek in een verhuisdoos?! Wat leuk!”.
Hij is blij met het boek en zegt dat hij het een leuk idee vindt van die verhuisdoos. We blijven nog even zitten en bespreken de mogelijkheden voor een presentatie van het boek en het benaderen van de pers. Zij pakt heen van de boeken en begint te lezen. Leest ze het voor het eerst? En wat vindt ze er eigenlijk van?
Ik vind het tijd om afscheid te nemen. Gelukkig is het vrijdag avond, het wordt volgens de voorspellingen een regenachtig weekeinde en ik heb nog een heel weekeinde om onder het genot van een wijntje mijn appelige gevoel weg te spoelen. Ik hoop echt dat het boek goed gaat verkopen dan is dit hele verhaal niet voor niets geweest.
Het is namelijk maar een verhaal, ZIJN verhaal.