carnation-978881-mIk spreek mijzelf manend toe:  ‘Christien kappen! Hij wil jouw niet meer! Hij is weg en komt niet meer terug! Hij wil niks meer met jouw te maken hebben! Volgens hem ben je ontoerekeningsvatbaar en totaal doorgedraaid! Hij is verliefd op die muts! Basta!’

Op naar het gemeentehuis om een uitkering aan te vragen. Na luttele seconden sta ik weer buiten met in mijn ogen honderden pagina’s vragenformulieren (in werkelijkheid zijn het er veel minder). Ik begin met invullen wat ik zo kan invullen: naam, geboortedatum, geboorteplaats en BSN nummer en het belangrijkste mijn bankrekeningnummer.
Dan begint het grote puzzelen, want hij en ik runden een aantal bedrijven en ook daar wil men alles over weten. Om die vragen te beantwoorden heb ik papieren nodig. Papieren die in een van de vele dozen zitten die in de loods opgeslagen staan. Maar in welke dozen? Ik heb – stom, stom, stom – niet op de dozen geschreven wat er precies in zit.  De moed zakt in mijn schoenen en ik barst zoals zo vaak de laatste maanden in tranen uit.

‘Christien’, hoor ik de stem ‘tel tot tien en begin met zoeken naar de papieren die je NU nodig hebt.’ Na lang zoeken heb ik eindelijk alles gevonden en met een grote stapel ordners ga ik naar de plaatselijke supermarkt om te kopiëren. Ik gooi een grote hoeveelheid muntjes in het kopieerapparaat en ga aan de slag. Ik voel de ogen van de wachtenden in mijn rug prikken en doe net of deze er niet zijn, ze wachten maar. Het voelt alsof ik uren heb staan kopiëren als ik eindelijk weer het huis binnen stap. Ik doe de hele mikmak in een grote enveloppe, ga weer op weg naar het dorp, koop postzegels en gooi met een grote zwaai de enveloppe in de brievenbus. Klus geklaard! Ik geef mijzelf een schouderklopje, die uitkering komt eraan.

Na een eeuwigheid ligt er een enveloppe van de gemeente in de brievenbus, met een grote glimlach haal ik de papieren uit de enveloppe. Ik heb alles zo nauwkeurig en netjes aangeleverd, dat moet wel goed zitten. BENG!! Mijn hoofd ontploft en daar komen ze weer die eeuwig niet te stoppen tranen, raken die dingen dan nooit opgedroogd? Er zit een lange lijst in de enveloppe met nog meer vragen die beantwoord moeten worden. Ik kijk naar de lijst, de moed zakt nog dieper in mijn schoenen. Laat niemand mij ooit nog vertellen dat huilen oplucht. Je wordt er lelijk van en het put je uit.

Ik pak de telefoon en bel de mevrouw van de gemeente Middenbeemster. Dit is te veel, te complex en te onoverzichtelijk. Zij wil me vast wel helpen. Ik wil graag een afspraak maken. Haar antwoord is heel resoluut NEE. Een afspraak dat is helemaal niet nodig, ik moet gewoon de formulieren invullen. ‘Ja maar’, opper ik ‘dat gaat niet echt niet, omdat ik niet in de positie ben dat ik in mijn eentje BV’s kan opheffen. U zou mij echt heel erg helpen in een persoonlijk gesprek.’ Dan hoor ik klik, zij heeft de verbinding verbroken. Ik staar wezenloos naar de telefoon en voel de bodem onder mijn voeten wegzakken.

De volgende dag bel ik haar opnieuw leg uit dat ik ECHT niet weet wat ik nu moet doen. Dat ik het leven niet meer zie zitten, dat ik niet meer leven wil. Zij van de gemeente is consequent en verbreekt voor de tweede keer zomaar de verbinding.  Mijn kookpunt en breekpunt strijden om de finish. Wat hakt er het eerst in? Dat ex mij uitkotst weet ik inmiddels, maar die muts van de gemeente die moet naar mij luisteren! Het kookpunt wint. Ik ga een klacht tegen haar indienen, er is genoeg met mij gesold en daar ben ik klaar mee. Met mij valt niet meer te sollen! Ik ben strijdbaar: een nieuwe wereld begint vandaag voor mij!

Christien