1415060_business_graphKinderen met stiefouder scoren lager op de Cito-toets; kinderen bij alleenstaande vader scoren gemiddeld beter dan kinderen in de overige gezinnen van gescheiden ouders.

Hieronder vind je uitkomsten en verklaringen voor de verschillen in Cito-scores in verschillende gezinssituaties (bron: CBS, Marjolijn Das en Annelie Hakkenes).

In 2011 hadden kinderen in groep acht van de basisschool gemiddeld een Cito-score van 536. Meisjes en jongens uit gezinnen met hogere inkomens scoorden hoger dan gemiddeld. Kinderen die wonen in een gezin met een stiefouder haalden in elke inkomensgroep een lagere score.

Hoe hoger het huishoudinkomen, hoe hoger de Cito-score

Er is een sterk verband tussen de Cito-score van kinderen en het inkomen van het gezin waarin ze wonen. Kinderen uit gezinnen in de hoogste inkomensgroep scoorden gemiddeld bijna 7 punten hoger dan die in de laagste inkomensgroep. Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Zo hebben ouders met een hoog inkomen vaak een hoge opleiding. Kinderen van hoogopgeleide ouders gaan vaak ook een hogere opleiding volgen en presteren op jonge leeftijd al beter op school. Ook kunnen gezinnen met een hoger inkomen meer geld besteden aan boeken, een eigen kamer en computer voor het kind en eventueel huiswerkbegeleiding, wat een positieve invloed kan hebben op de schoolprestaties.

Kinderen van gescheiden ouders scoren lager op Cito-toets
Er is ook een verband tussen de Cito-score en de gezinssituatie van de basisschoolkinderen. Kinderen van gescheiden ouders scoorden ruim 2 punten lager op de Cito-toets dan kinderen uit intacte gezinnen. Kinderen die bij hun alleenstaande vader woonden, waren een uitzondering: zij deden het gemiddeld beter dan kinderen in de overige gezinnen van gescheiden ouders.

Kinderen met stiefouder halen lagere Cito-score, ook bij hoger inkomen
In tegenstelling tot de lagere Cito-score van kinderen uit eenoudergezinnen, kan de lagere score van kinderen uit gezinnen met een stiefouder niet verklaard worden door inkomensverschillen. In elke inkomensgroep hadden zij gemiddeld een lagere score dan kinderen uit intacte gezinnen. Stiefgezinnen komen relatief weinig voor: drie op de tien kinderen van gescheiden ouders woonde in een gezin met een stiefouder.

Twee opvallende en niet verklaarde conclusies:

Kinderen die bij hun alleenstaande vader wonen, doen het gemiddeld beter dan kinderen in de overige gezinnen van gescheiden ouders; kinderen met stiefouder halen lagere Cito-score, ook bij hoger inkomen

Uit mijn ervaring en kennis als psycholoog kom ik tot de volgende mogelijke verklaringen:

  1. Vaders gaan in inkomen meestal niet achteruit na een echtscheiding, integendeel, meestal gaan zij erop vooruit. Dus op de leermiddelen, eigen kamer en dergelijke hoeft niet te worden bezuinigd, wat ten goede zal komen aan de leerprestaties
  2. Vaders zijn in het algemeen strenger en rechtlijniger dan moeders. Zij tolereren minder snel het niet nakomen van afspraken (maken van huiswerk) en het overschrijden van grenzen (spijbelen). Moeders zullen eerder vanwege de “goede vrede” dingen door de vingers zien en niet-straffend optreden waardoor het kind gemakzuchtiger met onder meer het huiswerk zal omgaan.
  3. Vaders zijn in het algemeen meer prestatiegericht vanwege hun eigen opvoeding en carrièreverloop dan moeders, die vaak nog volgens de traditionele rolverdeling hun opleiding en carrière ondergeschikt maken aan die van de man, zeker als er sprake is van gezinsvorming. Vaders “eisen” goede cijfers.
  4. Kinderen in gezinnen met één stiefouder wonen vaak in samengestelde gezinnen met een meer dan gemiddeld aantal kinderen waardoor er minder aandacht is voor elk individueel kind. Bovendien vergt de nieuwe situatie van de partners zelf bij het gaan samenwonen vaak veel aandacht.
  5. Samengestelde gezinnen zullen gemiddeld onrustiger en drukker zijn en er zal minder fysieke ruimte zijn om rustig huiswerk te maken.

Bekijk de statistieken hier

Martijn Prent, psycholoog

www.psychologischbureauprent.nl