number-437930__180 (1)

Op 27 januari heeft er in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over familierechtelijke vraagstukken. Tijdens het drie uur durende debat hebben diverse Kamerleden hun visie uiteen gezet, waarna de Minister van Veiligheid en Justitie een reactie heeft afgegeven en een aantal vervolg afspraken zijn gemaakt.

Leeftijdsgrens
Tijdens het debat werd onder andere gesproken over het loslaten van de leeftijdsgrens rondom het horen van de stem van kinderen.
Wat kunnen we hier nu van zeggen in juridische zin en kijkend naar het belang van ieder kind om zo lang mogelijk kind te kunnen zijn?
Allereerst stelt het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) helemaal geen leeftijdsgrens zoals wij die in Nederland hanteren. In andere landen worden al mogelijkheden geboden om de stem van ieder kind te borgen via een professional die er speciaal is voor het kind, zowel preventief als in die situaties waarin sprake is van escalatie en het kind in een tussenpositie dreigt te geraken. Zoals in Australië en Engeland. In Nederland kennen wij de bijzondere curator in Jeugdzaken in het geval van lopende procedures en indien zich een wezenlijk conflict voordoet tussen de belangen van het kind en diens gezaghebbende ouders/voogd. De benoeming van deze rechtsfiguur blijft nog te vaak achterwege. Gelukkig loopt er inmiddels een pilot en zijn er andere ontwikkelingen gaande om hieromtrent een beweging in gang te zetten en de kwaliteit verder te kaderen.

In Nederland kennen wij verder twee rechtsingangen voor minderjarigen als uitzondering op het feit dat minderjarigen in principe beperkt handelingsbekwaam zijn en afhankelijk zijn van de vertegenwoordiging van hun wettelijke vertegenwoordigers; de formele rechtsingang, die onder andere geldt binnen de Jeugdwet, waarbij een twaalfjarige bijvoorbeeld zelfstandig een verzoek kan indienen tot het opheffen van een OTS.
En daarnaast de informele rechtsingang. Deze ingang betekent dat een minderjarige geen zelfstandige rechtspositie inneemt, maar wel de mogelijkheid heeft om vanaf in ieder geval 12 jaar een brief te sturen aan de rechter om zijn mening kenbaar te maken over onder andere het gezag, de hoofdverblijfplaats en de omgang met de ouders of om de rechter om de inzet van een bijzondere curator te vragen. Jongere kinderen kunnen ook een brief schrijven. Het is steeds aan de rechter om af te stemmen of de input vanuit het kind wordt meegenomen en op welke wijze. Hierbij wordt steeds gekeken naar de belangen van de minderjarige (artikel 3 IVRK).

Stem kind
De stem van minderjarigen voorop is belangrijk. Maar veel kinderen zijn zich nog onvoldoende bewust van de grotere impact die kan ontstaan rondom hetgeen zij uiteen zetten. Een verantwoordelijkheid die niet bij hen mag worden gelegd, maar op den duur wel zo gevoeld kan worden. Zij missen (“gelukkig”) kennis over de precieze werking binnen het juridisch speelveld, hebben niet tot nauwelijks zicht op de wijze waarop informatie uit de brief al dan niet betrokken wordt binnen het proces en behoren eigenlijk ook juist beschermd te worden tegen die vraagstukken die zich voordoen binnen de juridische wereld. ‘Kinderen kind laten zijn’ is zo essentieel! Steeds vaker wordt het ‘zet de stem van het kind voorop’ echter uit zijn verband getrokken. Ja, absoluut dient hun stem zorgvuldig gehoord en geborgd te worden, maar hen volwaardig betrekken op een niveau waar zich zaken afspelen tussen volwassenen terwijl minderjarigen nog volop in hun ontwikkeling zitten en de impact van hun uitingen nog niet altijd kunnen overzien….. Dat vraagt om een secure afweging wat nu echt in het belang van kinderen is rondom het volwaardig invulling geven aan artikel 12 IVRK.

Er geldt geen leeftijdsgrens voor de stem van een kind, dat is een feit, maar mijns inziens mag er wel een grens gelden met betrekking tot de manier waarop zij hun stem op kindvriendelijke wijze kunnen uiten.

Voorbeeld
Stel je het volgende voor; een meisje van 14 schrijft de rechter een brief met haar gevoelens rondom de scheiding en de rol van haar ouders, dit naar aanleiding van de uitnodiging van de rechter die zij eerder heeft gekregen om op gesprek te komen, wat zij niet wil en niet durft. De rechtszaak vindt plaats. Besloten wordt dat de hoofdverblijfplaats van het meisje bij moeder zal zijn en er wordt een omgangsregeling bepaald. Vader voelt zich gekrenkt en begint tegen het meisje over de brief die voor hem als dolk in zijn rug voelt. Dit meisje heeft in haar ogen alleen haar gevoel geuit. Wist zij welke consequenties haar brief kon hebben en ligt er überhaupt wel een verantwoordelijkheid bij haar? Toch ontstaan er schuldgevoelens en daarbij verslechtert sindsdien het contact met haar vader, terwijl zij nog steeds van allebei haar ouders houdt. Had zij misschien wat anders moeten opschrijven, zo denkt zij?
Zou nu hier niet al eerder in het proces een schakel er tussen moeten worden gezet, zoals reeds in andere landen geldt en nu in Nederland mogelijk is via de rol van de Kindbehartiger. De Kindbehartiger spreekt de taal van kinderen, plaatst hetgeen kinderen zeggen in perspectief alvorens deze (al dan niet samen met het kind) te vertalen richting ouders, verzorgers maar ook richting het juridisch speelveld, waarbij de Kindbehartiger tevens de taal van advocaten en van de rechter spreekt, doordat de Kindbehartiger middels training juridisch onderlegd is. De Kindbehartiger zou in bovenstaand voorbeeld al in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen worden ingezet ter ondersteuning van het meisje.

Die materie die het kind aangaat wordt op kindvriendelijke wijze teruggekoppeld aan het kind; ‘betrokken worden bij, maar niet verantwoordelijk voor’, ‘kinderparticipatie voorop, maar ook bescherming voor de kwetsbare positie waarin het kind zich bevindt’.

Volwaardig invulling geven aan artikel 12 IVRK vraagt ook om nader invulling geven aan de belangen van het kind (artikel 3 IVRK) in de wijze waarop dit wordt gedaan. Niet voor niets verhouden de artikelen binnen het IVRK zich onderling met elkaar.

Door: Marieke Lips
marieke lipsDoor: Marieke Lips
KidsInBetween