Wanneer er bergen te beklimmen zijn, dan zien we pas hoe machtig we zijn. Een drukke periode bijvoorbeeld, zo’n tijd waarin alles samenvalt. Achteraf denk je: hoe heb ik het kunnen bolwerken? Als je er midden in zit, dan doe je gewoon, stap voor stap, onvervaard.

We zijn in staat bergen te verzetten

Je maakt lange marsdagen, maar uiteindelijk komt er een einde aan de verhuizing, de reorganisatie, de zorgtijd voor de kinderen, de drukte op het werk, de miserie in de familie.
Zelfs bij ernstige ziekte of verlies, situaties die ons vooraf ondragelijk leken: zodra er zich iets groots aandient, dan schakelen we en groeien tot de juiste maat. We zijn in staat om bergen te verzetten.

Vechten met klein leed

Het is het klein leed dat ons de kop kost. Kijk maar eens hoe ingrijpend je stemming kan veranderen door futiliteiten. Een gevoel van afwijzing in een gesprek, tijdsdruk, een rij wachtenden aan de telefoon, een onverwacht oponthoud, een haperend apparaat, een zeurende spierpijn…
We vechten meer met klein leed dan met groot leed. Dat komt omdat de denkgeest geen gevoel heeft voor proporties. Hij geeft evenveel aandacht aan steentjes als aan bergen. En er zijn nu eenmaal meer steentjes dan bergen.

Relativeer je denkgeest!

Als je merkt dat je buitenproportioneel reageert op klein leed, dan kan het helpen om aan de bergen te denken die je hebt verzet. Of je denkt aan de bergen die je omzeild hebt of je bespaard zijn gebleven, aan je zegeningen. Zo relativeer je de denkgeest, als hij weer eens aan het neuzelen is.

Uit: Elke dag Mindfulness van Rob Brandsma
http://www.robbrandsma.nl/