Frozen roseToen ik tien jaar geleden zelfs zijn geur niet meer kon verdragen, vertrok ik. Drie kinderen onder mijn arm. Hij vertrok ook. Uit Nederland. Terug naar zijn eigen land, waar het veilig en vertrouwd was. Met tranen in zijn ogen, dat wel.
Hij rijdt elke schoolvakantie 1.400 kilometer om diezelfde drie kinderen op te halen en weer terug te brengen. Of hij nog ergens een beetje van mij houdt weet ik niet. Van de kinderen wel.

Hij slaapt in het bed van jongste. Morgen de lange weg terug naar zijn vaderland. Kinderen mee. Hij voelt zich niet lekker en ging er na aankomst meteen in. Om half vijf ’s morgens word ik wakker van geluiden. Iemand is overduidelijk aan het overgeven en heeft het zwaar. Gewapend met een spuugbak en een beker water klop ik op de badkamerdeur. Hij ziet bleek. De boxers die ik destijds voor hem kocht, zijn na tien jaar wel versleten. Dit exemplaar ken ik niet. Hem ken ik ook niet meer. Zijn lichaam is veranderd.

Ik weet niet wat ik moet doen. Moet ik een arm om zijn trillende lijf slaan? Moet ik hem met rust laten? Hij verontschuldigt zich voor de rommel en ik zeg dat ik het morgen wel opruim. Ga maar slapen. Zijn slaapkamerdeur gaat dicht en ik ga naar mijn eigen slaapkamer.

Dertien jaar waren we samen. Ik kende elk geluidje dat hij maakte, elke ondertoon in zijn stem, elk deel van zijn lijf. Ik zei volmondig “ja” tegen hem en was ervan overtuigd dat wij samen oud zouden worden. Ouder zijn we inderdaad geworden. Maar niet samen.
Hij heeft al weer heel wat jaren een nieuwe partner. Het besef dat nu iemand anders hem troost en bijstaat, hakt er bij mij in. Ik zal niet meer voor hem zorgen als hij ziek is en een koele hand op zijn voorhoofd leggen. Hij zal later niet in mijn armen sterven of ik in de zijne, zoals we van plan waren. Hij gaat een keer dood, in een ver land en ik in het mijne.

Het is geen spijt dat ik voel. Wel een intens verdriet dat het niet zo heeft mogen zijn. Dat hij mij niet meer nodig heeft en ik heel goed zonder hem kan. Ik moet de neiging onderdrukken om tegen zijn zieke lijf aan te gaan liggen en hem vast te houden. Gewoon omdat ik erg veel van hem heb gehouden en weer even die vertrouwdheid zou willen voelen. Ik zou graag willen praten over hoe het was en over de fouten die we gemaakt hebben. Fouten die we nu, tien jaar later, niet meer zouden maken. In plaats daarvan kruip ik mijn eigen bed weer in en huil. Om de man die ik lang geleden ergens ben kwijtgeraakt…


Brenda Vader