womans-silhouette-1387489-mOp mijn voorhoofd staat een stempel: paria, profiteur, te lui om te werken. Ik heb mijn leven lang hard gewerkt meer dan 60 uur per week. Dit veranderde buiten mijn wil om van de ene op de andere dag. Van het ene op het andere moment had ik geen werk, geen inkomen, geen woonruimte (en geen partner) meer. Mijn hele leven stond op zijn kop, alle zekerheden kwamen te vervallen. Zwemmen of verzuipen!

Ja en dan? Dan ben je dus alles kwijt en aangewezen op instanties en de ‘goedheid’ van de overheid. Terwijl ik me suf solliciteer en ondertussen dag en nacht bezig ben zakelijk alles zoveel mogelijk goed af te sluiten, zie ik me gedwongen een bijstandsuitkering aan te vragen. Ik red het niet meer op eigen kracht.

Gemengde gevoelens
Een gevoel van schaamte overvalt me als ik de benodigde formulieren invul. De houding van de medewerkers van de gemeente maakt dat ik me nog ongemakkelijker voel. Mijn gevoel van eigenwaarde smelt als sneeuw voor de zon en ik voel me vernederd. Uiteindelijk, na maanden met veel gedoe en oeverloos formulieren invullen, is alles geregeld. Met gemengde gevoelens ontvang ik een nu dus een bijstandsuitkering.

Nu dit loopt hoop ik op een adempauze om mijn leven weer op de rit te krijgen. Maar nee, met het ontvangen van de uitkering dient de tijd van heel veel moeten zich aan: solliciteren, re-integratie traject volgen, stage lopen, hard werken met behoud van uitkering en tussendoor nog steeds oude zaken afhandelen en in goede banen lijden.

Vrijwilligerswerk
Zolang ik geen baan heb, wil ik me toch nuttig maken binnen de maatschappij. Nog voor ik in welk uitkeringstraject dan ook beland, ga ik aan de slag als vrijwilliger. Ik zet me in voor Grenzeloze Vrouwen en doe vrijwilligerswerk bij een hospice, dit werk helpt me om me nuttig te blijven voelen. Ik ben géén paria! Als ik bij de instanties melding maak van mijn vrijwilligerswerk verwacht ik écht geen schouderklop, maar dat me direct te verstaan wordt gegeven dat ik mijn vrijwilligerswerk moet laten vallen zodra de kans op een betaalde baan zich aandient is valt me rauw op mijn dak.

Een bijstandsuitkering is echt niet het doel in mijn leven, ik wil voor mijzelf kunnen zorgen.  Dag en nacht bezig zijn overleven, piekeren over je financiën en woonruimte, geen hobby’s en nauwelijks een sociaal leven, dat geef je niet op voor de lol!

Ben ik ineens een ander mens?
Als zelfstandig ondernemer genoot ik aanzien, nu ben ik een paria, een steuntrekker! Ben ik iemand anders geworden? Nee natuurlijk niet! Ik ben nog altijd ik en ik heb mijn emotie en mijn gevoelens. Aan de rand staan van de maatschappij  is geen keuze die je voor de gezelligheid maakt! Ik heb nooit gedacht ‘laat ik lekker in de bijstand gaan dat lijkt mij leuk’.

Waar ik mee worstel is hoe er NU naar mij wordt gekeken, hoe ik be- en veroordeeld wordt, hoe ik afgerekend wordt op een situatie waar ik niets aan kan doen. Ik heb hier niet om gevraagd!  Ik ben echt nog de persoon die ik was voor ik ongewild in de bijstand terecht kwam, mijn bekwaamheden, gedrevenheid en intelligentie zijn niet veranderd. Waarom zijn mijn kwaliteiten gezien door de ogen van de maatschappij en de regering ineens niets meer waard?

Tegenprestatie
Vanuit de regering zijn er aanpassingen doorgevoerd m.b.t. bijstandsuitkeringen. Ik snap het principe van de tegenprestaties die van je verwacht worden als je een uitkering ontvangt. Maar ik snap de tegenprestaties niet, ik maak me al nuttig, verricht vrijwilligerswerk. Dit zou echter niet voldoende zijn. De gemeente bepaalt mijn tegenprestatie, niet ik. Vanuit een uitkeringspositie lijkt het alsof het nooit voldoende is wat je doet, alsof je altijd tekort schiet.
Enigszins verbitterd vraag ik me af of een crimineel als die uit de gevangenis komt moet werken om de kosten voor volpension en verblijf in de gevangenis terug betalen aan de maatschappij?

Laten we per individu kijken naar de mensen in de bijstand en eindelijk eens stoppen met stempels, vooroordelen en labels uitdelen! Ook mensen in de bijstand verdienen het met respect behandeld te worden!