775883_lightEx en ik werken samen, hij schrijft boeken, ik geef ze uit. En zo ben ik te gast op zijn boekpresentatie. Hij schreef een boek over hoe verder na een scheiding. In dit boek verwerkte hij ook zijn eigen ervaringen, oftewel onze scheiding. Het was op zijn zachtst gezegd een aparte ervaring om zijn beleving van het verhaal te lezen. Na de presentatie zit ik even buiten te genieten van het mooie weer en laat mijn gedachten gaan. Ze gaan alle kanten op, waar ik inmiddels wel aan gewend ben.

Uit het niets zie ik twee handen die naar mij worden uitgestoken. Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk omhoog van wie deze naar mij uitgestoken handen zijn. Een bekend gezicht staat tegenover mij, de beste vriend van ex. Ik slik, negeer de handen en sta op om hem te begroeten.

Hij: “Hallo hoe gaat het met jou? Wat leuk je weer te zien!”
Ik: “Goed.”

Ik verbijt mijn verbazing en ergernis. Hoezo leuk om mij weer te zien?! Op het dieptepunt van de relatiecrisis met ex kon ik een toegestoken hand goed gebruiken. Sterker nog ik had deze vriend gesmeekt om met ex te praten, omdat ik dat niet meer kon. Ik was in paniek, want ik voelde dat het helemaal fout ging en kon ex niet meer bereiken en niet meer met hem praten. Hij, deze vriend deed niets met mijn smeekbede. Sterker nog in alle jaren na onze scheiding hoorde ik niets meer van hem, tot nu.

Hij vertelt me dat hij diep geraakt is door het feit dat ik samenwerk met ex en dat hij het bijzonder stoer vindt dat ik de uitgever ben van het boek dat zojuist is gepresenteerd.
Ik zet mijn pokerface op en bedank hem voor zijn compliment. We praten nog even door over luchtige zaken. Als hij wegloopt met een vriendelijke groet ga ik weer zitten en laat ik mijn gedachten gaan.

De vriend van ex heeft één kant van het verhaal gehoord en is dat gaan geloven. Volgens ex was ik ‘dat kutwijf wat dwars lag en niet bereid was om mee te werken aan een gemakkelijke scheiding’. Dát verhaal werd voor hem de waarheid. Ik snap dat, zo werkt dat, en toch verbaast het me, want als coach zou hij toch moeten weten dat elk verhaal twee kanten heeft? Dat beide kanten evenveel aandacht verdienen en ‘de waarheid’ een relatief begrip is.
Vond hij mij en mijn verhaal niet de moeite waard? Ik dacht dat hij ook mijn vriend was… Toen ik hem nodig had was hij er niet, nu vond hij het leuk me weer te zien. Toen ik helpende handen kon gebruiken trok hij ze van me af, nu stak hij me ze toe. Te laat… jammer. Hij wás een vriend.