815243_money_mattersEr zijn veel vragen over de wetgeving met betrekking tot partneralimentatie. Er komt toch een nieuwe wet? Het is belangrijk welke wet van toepassing is. De vraag is soms zelfs of het niet beter is te wachten met de scheiding tot de nieuwe wet is ingevoerd.
Er is een nieuw wetsvoorstel ingediend. Als dit voorstel wet wordt, zullen er veel zaken veranderen. De toelichting op het wetsvoorstel is voor mij herkenbaar uit de praktijk, het zijn overwegingen die ik ook vaak van partijen hoor.

Het doel van de nieuwe wet
De regels omtrent partneralimentatie moeten eerlijker, makkelijker en de looptijd van de alimentatie moet korter.

De kansen op de arbeidsmarkt en de prikkel tot financiële onafhankelijkheid zijn belangrijk in het wetsvoorstel.
Daarnaast moet de manier van berekenen overzichtelijker worden. Als men nu een aanpassing op de alimentatie wil is vaak een expert nodig voor deze berekening.
De samenleving is veranderd. Het nieuwe wetsvoorstel speelt hierop in. Er is een andere kijk op het huwelijk, opvoeding, werk en financiële zelfstandigheid.

Wat zijn de uitgangspunten voor het nieuwe wetsvoorstel?
De wet geldt alleen indien partijen, met of zonder hulp van een mediator of gezamenlijke advocaat, niet zelf tot afspraken kunnen komen.

In de nieuwe wet wordt gekeken naar de verdiencapaciteit. Welke mogelijkheden zijn er om zelf een eigen inkomen te creëren? Gekeken wordt naar de kansen voor het huwelijk en de verandering door keuzes die zijn gemaakt tijdens het huwelijk.
In de nieuwe wet is partneralimentatie een compensatie van het verlies van verdiencapaciteit die is ontstaan door een achterstand op de arbeidsmarkt ten gevolge van keuzes tijdens het huwelijk. Tijdens het huwelijk wordt vaak gekozen om minder te werken zodat voor de kinderen kan worden gezorgd. De leeftijd van het jongst kind is, straks, voor de duur van de partneralimentatie belangrijk. Zodra het jongste kind 12 jaar is, zal dit de mogelijkheid tot het creëren van een inkomen niet beperken, aldus de partijen die het wetsvoorstel hebben ingediend.

Dit is heel anders dan in de huidige wetgeving, nu wordt gekeken naar het verlies in welstand. Indien de nieuwe wetgeving, conform het wetsvoorstel, wordt doorgevoerd, gaat met uit van de individuele welstand voor het huwelijk.

Uitzonderingen
Natuurlijk zijn er uitzonderingen! Als ik uitzonderingen ga benoemen vergeet ik er altijd een aantal. De mogelijkheid tot overleg blijft bestaan er is altijd ruimte voor een passende afspraak die aansluit bij ieders situatie. In de praktijk spreken partners vaak zelf een bedrag af. Samen bepalen zij wat nodig is aan alimentatie. Ze maken zelf een lijst met kosten die gemaakt worden. In mediation geweldig. Als mediator met een financiële achtergrond is het aan mij de taak te controleren of deze afspraken uitvoerbaar zijn. En te controleren of zij weten welke rechten en plichten er zijn, komt deze ‘eigen’ oplossing niet uit schuldgevoel voort? Ook in het nieuwe wetsvoorstel is contractvrijheid opgenomen.

Wat als er een nieuwe partner is?
Op dit moment vervalt de partneralimentatie als de alimentatiegerechtigde gaat samenwonen.
Het nieuwe wetsvoorstel gaat hier anders mee om. Uitgangspunt is het compenseren van een verlies aan verdiencapaciteit door keuzes gedurende het huwelijk. Gesteld wordt dat dit verlies aan verdiencapaciteit niet wordt gecompenseerd door een nieuwe partner. De alimentatieplicht blijft ook bij opnieuw samenleven. Tenzij onderling andere afspraken worden gemaakt.

Is er een overgangsregeling als dit voorstel wet wordt?
Er is geen overgangsregeling. Bestaande rechten moeten gerespecteerd worden.
Als, ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving, een verzoek tot echtscheiding wordt ingediend, geldt de huidige wetgeving.

In mijn praktijk wordt vaak afgeweken van de huidige wet. Meestal wordt naar de nieuwe situatie gekeken. Heeft een alimentatieplichtige extra geld nodig om opleiding te bekostigen en volgen? In het vaststellen van de alimentatie wordt hier rekening mee gehouden, de alimentatie kan dan voor de opleidingsperiode hoger uitvallen en vervolgens naar beneden worden bijgesteld. De bereidheid om hierover te praten is meestal aanwezig. Er is vaak een opluchting zichtbaar als wordt aangegeven dat veel mogelijk is en dat flexibele afspraken gemaakt kunnen worden.

De auteur is zelfstandig mediator en financial planner en verzorgd de begeleiding in echtscheidingen bij VanDoorn Mediation & Financial Planning.