anchor-1015403_960_720Co-ouderschap had voor mijn driejarige zoon het effect van een aardverschuiving. Plotseling was hij het overzicht kwijt. Bij wie hoor ik? Wie ben ik tussen al deze mensen? Hij had behoefte aan een overzichtelijke en herkenbare basis en juist die ontbrak. Een plakboek werd zijn houvast.
Als mijn zoon bij mij is, maakt hij deel uit van een gezin met maximaal zes gezinsleden: zijn moeder, zijn stiefvader, zijn twee broers en zo nu en dan zijn stiefzus, die met 17 jaar vrij is om de bezoekregeling die ze met haar vader heeft, naar eigen inzicht en in overleg in te delen.

Bij zijn vader maakt mijn zoon deel uit van een gezin met zes kinderen: zijn eigen twee broers, twee volwassen stiefbroers, zijn stiefzus en natuurlijk zijn vader en diens vriendin. De in totaal vijf huisdieren in de twee huishoudens reken ik voor het gemak niet mee.

Wie was hij zelf tussen al die mensen?
Duizelt het je? Ook mijn zoon was het overzicht kwijt. Waar was hij thuis? Wie hoorde nou precies bij welk huishouden? Maar ook: wie was hij zelf tussen al die mensen? De nieuwe situatie bezorgde hem spanningen. Hij had ook niet altijd zin om te wisselen van het ene naar het andere gezin en kreeg fysieke klachten als gevolg van die spanningen. We grepen in.
Mijn zoon gaat sindsdien naar een integratieve kindertherapeut, een warme vrouw die hem door middel van spel inzicht geeft in de nieuwe gezinssituatie waarvan hij deel uit maakt. Ze geeft hem handvatten om met de uitdagingen van het co-ouderschap te leren omgaan. Eén daarvan is zijn boek.

Iedereen ingedeeld bij zijn eigen gezin
Dit plakboek begint met een foto van allereerst hemzelf. Daarna volgen foto’s van mijn huis en mijzelf, en vervolgens van zijn vader en diens huis. Daarna volgen zijn broers, zijn stiefzussen en -broers en zijn twee stiefouders. Iedereen ingedeeld bij zijn eigen gezin. Wie goed kijkt, vindt op de foto’s ook de huisdieren terug.
Het boek is zijn stabiele factor in welk gezin mijn zoon zich op dat moment dan ook bevindt. Het wisselt elke week mee en geeft hem overzicht in een voor hem vaak nog verwarrende situatie. De foto’s laten zien bij wie hij hoort, wie zijn ouders zijn, wie er daarnaast ook nog voor hem zijn, en wie bij elkaar hoort.

Zijn eigen persoonlijke anker
Inmiddels is mijn zoon vier jaar en het co-ouderschap functioneert nu tien maanden. Een wondermiddel is het boek niet. Het neemt geen verdriet weg en het kan er niet voor zorgen dat aan de wens om bij de ene ouder een keer langer te zijn, gehoor wordt gegeven.
Het aantal mensen wordt er ook niet meer om. Sterker nog, het boek brengt juist treffend in beeld waarmee mijn zoon moet leren omgaan, dat onderdeel uitmaakt van samengestelde gezinnen in de overtreffende trap. In ieder geval in zijn beleving. Hij zegt dan ook wel eens dat hij zijn boek wel erg vol vindt. Eén kat heeft hij er inmiddels uit verwijderd.

Toch ben ik blij dat het boek er is. Zodra mijn zoon weer bij me is, geeft hij het zijn vaste plek. Vaak neemt hij diezelfde avond het initiatief om het met een van ons door te nemen. Hij kleurt erin, experimenteert er met zijn eerste koppoters. Gaandeweg de week ligt het boek er vooral te zijn. Als zijn eigen, persoonlijke anker.

Mandy