De uren kruipen voorbij. Ik wandel door het bos. Probeer het een en ander op papier te zetten voor mezelf, maar niets wil echt lukken. Op het moment dat mijn cursus begint, ben ik nog net zo ver als die uren daarvoor. De cursus begint met een verhaal. Een verhaal over Isaac. Isaac heeft een droom. Hij is arm en moet hard werken. Op de enige vrije dag die hij heeft, richt hij zich tot God en zegt: ‘God, ik weet dat U het vreselijk druk hebt en U doet fantastische dingen, maar als u een klein beetje tijd over hebt, wilt u dan wat aandacht aan Isaac schenken. Ik heb een droom. Ik verlang naar rijkdom.’

En terwijl ik dat verhaal hoor, denk ik: Ik heb ook een droom. Mijn droom is liefde te ervaren. Het verhaal vertelt verder over Isaac. Isaac die ’s nachts dromen krijgt over verborgen schatten. Isaac die zijn droom gaat volgen en op zoek gaat naar de schat. Isaac die onderweg metgezellen krijgt die hem vertellen hoe dom hij bezig is. Zijn huis en haard achterlaten voor een droom? Hoe dom kun je zijn?

Liefde op een presenteerblaadje
En terwijl ik dat hoor, denk ik: Hemel, ik heb die metgezellen ook gehoord. Die metgezellen vertelden mij ook hoe dom ik was om te geloven dat die liefde die ik voelde echt was. Metgezellen die mij vertelden hoe naïef ik was. En terwijl het verhaal verder ging, Isaac dapper verder stapte, zijn metgezellen achter zich liet, voelde ik me steeds onrustiger worden. Wat had ik gedaan? Ik heb wel naar mijn metgezellen geluisterd. Waarom heb ik dat gedaan? En ik besefte plotsklaps dat het luisteren naar die metgezellen mij ervan weerhielden om de liefde te ervaren die mij door die vriend op een presenteerblaadje werd aangeboden.

Wat had ik gedaan?
Als iemand me kan laten voelen wat liefde is, dan is hij dat. En ik verzin van alles en nog wat om het maar niet te hoeven voelen. Terwijl ik er zo naar verlang?!? Terwijl het verhaal verder gaat, voel ik een brandend verlangen om weg te lopen. Weg van het verhaal en goed te maken wat ik gedaan had. Een gevoel van spijt overvalt me. Wat had ik gedaan? Ik had mijn twijfel en mijn angst voorrang gegeven en mijn droom opzij laten schuiven. Ik had mijn vriend onrecht aangedaan door zijn liefde niet te accepteren.

Ik moest mijn droom achterna
Ik moest mijn droom achterna en wel direct. En terwijl ik door de gangen loop op zoek naar mijn vriend, hoor ik mijn metgezellen alweer mopperen. Met grote moeite probeer ik mijn aandacht te focussen op mijn droom, maar de gangen zijn daar lang en de angst en de twijfel zijn groot. Doordat ik al mijn aandacht nodig heb om ze weg te duwen en me gefocust te houden, sta ik voor ik het weet voor mijn vriend. Ik begin te vertellen over een verhaal dat ik gehoord had. Een verhaal over iemand die zijn droom achterna ging en dat ik tijdens het verhaal besefte dat ik ook een droom had. En dat die droom liefde ervaren was. En dat ik als ik ergens liefde kon ervaren het wel bij hem was, omdat ik zou ontzettend veel van hem houd.

Angst om opnieuw te verliezen
Dat mijn liefde voor hem zo groot is dat ik het voel stromen en dat dat tegelijkertijd zo veel angst oproept. Angst om opnieuw te verliezen. Angst om het niet aan te kunnen. Ik vertelde dat ik net als de man uit het verhaal ook metgezellen gecreëerd had. Metgezellen die me afhielden van mijn droom. Metgezellen die vertelden dat hij een spelletje met me speelde en misbruik van me maakte. Enkel en alleen om me te beschermen tegen het ‘onvermijdelijke’ verlies van die liefde. Maar dat ik nu besefte dat het daar helemaal niet om gaat.

Het gaat om de liefde die ik in mezelf voel
Het gaat niet om de liefde van hem te krijgen of te verliezen. Het gaat om de liefde die ik in mezelf voel. En al zou hij honderd spelletjes met me spelen. Het maakt niet uit. Het gaat om mijn gevoel. Mijn liefde. En dat niemand ooit misbruik van mij kan maken zolang ik die liefde in mezelf voel stromen en als in al mijn handelen mijn liefde voelbaar is.
De liefde voor mezelf!

Sylvia